ARNHEM – De gemeente Arnhem begint dit jaar met een pilot voor de teelt van vezelhennep op landbouwgrond in Arnhem-Noord. Met de proef wil de gemeente nagaan of het gewas geschikt is voor de regio en of het een rendabel alternatief kan vormen voor agrariërs.
Volgens wethouder Cathelijne Bouwkamp past de pilot binnen een bredere koers richting duurzame landbouw en een sterkere lokale economie. “Met deze proef zetten we een stap richting de landbouw en economie van de toekomst. We geven boeren ruimte om te vernieuwen en verbinden dat direct aan Arnhemse bedrijven en makers,” aldus de wethouder.
In de pilot werken de gemeente en lokale agrariërs nauw samen. Boeren krijgen de kans om ervaring op te doen met vezelhennep, een gewas dat bekendstaat om zijn relatief lage milieubelasting en brede toepasbaarheid binnen een duurzamer teeltsysteem.
De gemeente ziet ook economische kansen. Vezelhennep kan worden verwerkt tot onder meer bouwmaterialen, textiel en biocomposieten. Door de teelt te koppelen aan lokale bedrijven, ontwerpers en onderwijsinstellingen wil Arnhem toewerken naar een regionale keten, van productie tot verwerking en toepassing.
Om deelname aantrekkelijk te maken, stelt de gemeente een subsidieregeling beschikbaar. Daarmee worden de risico’s in de beginfase beperkt en krijgen boeren ondersteuning bij teelt, oogst en afzet. Ook wordt externe expertise ingezet om de kans op een goede opbrengst te vergroten.
De pilot loopt van maart tot en met december 2026. In die periode worden zowel de teeltresultaten als de marktkansen onderzocht. De proef moet duidelijk maken of vezelhennep op grotere schaal kan bijdragen aan het gebruik van biobased grondstoffen, bijvoorbeeld in de bouwsector en de maakindustrie.
Met het project wil Arnhem bovendien laten zien hoe lokale landbouw een rol kan spelen in de productie van duurzame materialen. Inwoners kunnen straks zelf zien hoe grondstoffen voor bijvoorbeeld isolatiemateriaal gewoon op Arnhemse bodem groeien.
De geteelde vezelhennep betreft industriële varianten die uitsluitend bedoeld zijn voor vezelproductie. Deze soorten bevatten geen werkzame stoffen voor recreatief gebruik en zijn daar dan ook niet geschikt voor.
Foto: Rutger Pauw